Stichting Bolswards Historie achtergrond

Geschiedenis van Bolsward

De doelstelling van een oudheidkamer is het laten zien van de geschiedenis van stad, dorp of regio. Van belang daarbij is het verhaal achter het object, dat daardoor met andere ogen kan worden bekeken. Elke oudheidkamer heeft zo zijn verhalen en dat geldt uiteraard ook voor de Oudheidkamer Bolsward.

Tussen 1893 en 1895 werd het stadhuis ingrijpend gerestaureerd. Het was noodzakelijk de westgevel gelegen aan de Wipstraat te stutten door middel van schroefpalen. Het lukte niet deze palen met een doorsnede van 16 tot 20 cm. verder dan 2 à 3 meter in de grond te krijgen. Wanneer meer kracht werd gezet braken zij af. Besloten werd de grond onder de fundamenten te ontgraven tot op de zandplaat. Op 3 meter diepte is een zwaar roosterwerk gelegd en werd een stenen voet van 1,20 meter breed gemetseld. De muren van het stadhuis zijn 70 centimeter dik. Bij de ontgraving werd direct onder het maaiveld een stuk zandsteen met neuslijst aangetroffen. In die steen was een gat van 10 kubieke centimeter gemaakt en daarin lag tussen twee loden plaatjes een verguld koperen gedenkpenning. Aan weerskanten van de penning staat een tekst gegraveerd. De gehanteerde taal is Latijn. Aan de ene zijde staat (vertaald): In het jaar onzes Heere 1614, het 901e jaar na de stichting van Bolsward, het 12e jaar van de Romeinse indictie, op de 11e dag van april, het VIIIste uur van(af) de morgen is de eerste steen als fundament van dit gebouw in tegenwoordigheid van het stadsbestuur geplaatst. Op de andere zijde van de penning staan de namen gegraveerd van de leden van het stadsbestuur die deze eerste steenlegging hebben bijgewoond. Een van hen was Heercke Heerckes, een plaatselijke zilversmid, die naar alle waarschijnlijkheid de penning heeft vervaardigd.

Pier Winsemius deelt ons in zijn uit 1622 te Franeker uitgegeven “Chronique van Vrieslandt” het volgende mee: “In den jare 1614 hebben de magistraten ende gesworen gemeente (…) het oude raethuys begonnen af te breken/ ende op den 11e. aprilis des selvigen jaers/ zijnde op een maendach des middaeghs weynich voor negen uyren met groote congratulatie en toeloop van den burgerije/ het fondament doen leggen/ van het heerlijcke nieuwe raedthuys (…) daer af Reymer Haringhs als presiderende burgemeester/ den eersten steen gheleyt heeft”.

Een ander voorwerp met een verhaal is dat van het zilveren mes dat jaren als afschrikwekkend voorbeeld in de gevel van het stadhuis heeft gezeten. Het verhaal gaat dat twee jongetjes in Bolsward speelden dat een van hen “bargeslachter” was (barge=varken) en daarbij de ander met dit mes dodelijk verwondde. Uiteraard kwam het jongetje voor de rechter, die natuurlijk graag wilde weten of het ongeluk of opzet was. Hij liet de jongen de keuze tussen een appel of geld, deze koos de appel en daaruit leidde de rechter af dat er geen sprake van opzet was. Maar om anderen te waarschuwen moest het corpus delict in de gevel van het stadhuis worden gemetseld.

Voorbeeld
© ZWF ontwerp